Preek van de week

Vandaag, op deze feestdag van de Openbaring van de Heer wil ik u graag meenemen voor een korte verkenning van de geboorteverhalen over Jezus uit het Nieuwe Testament.

Op de eenvoudige vraag hoeveel evangelies er zijn in het Nieuwe Testament is het antwoord u welbekend: 4 evangelies verbonden aan de namen van Marcus, Matteüs, Lucas en Johannes. Op een vervolgvraag welke van deze evangelies de geboorte van Jezus verhalen is het antwoord 2: Marcus en Johannes geven ons niets over de geboorte van Jezus maar Lucas en Matteüs doen dat wel. De versie van Lucas hoorden we op Kerstavond en het meest tot de verbeelding sprekende scènes zijn de pasgeboren Jezus in een kribbe of voederbak en de verschijning van de engelen aan de herders die de eersten zijn om de vreugdevolle boodschap te vernemen dat dit kind Christus de Heer is – de Messias dus, de gezalfde van Godswege. De versie van Matteüs hoorden we vandaag en alhoewel dit officieel in de liturgie het Feest van de Openbaring van de Heer genoemd wordt, is de populaire omschrijving veel bekender: Driekoningen.

Als je de twee geboorteverhalen naast elkaar legt, is zowat het enige wat overeenkomt dat Maria de moeder is van de heel bijzondere pasgeborene en dat deze geboorte plaatsheeft in Bethlehem. Er is wel een reeks van verschillen: volgens Lucas wonen Maria en Jozef in Nazareth en gaan ze op weg naar Bethlehem maar volgens Matteüs wonen Maria en Jozef in Bethlehem. Bij Lucas is de suggestie dat het kind geboren wordt in moeilijke omstandigheden en de traditie heeft aan ‘de kribbe’ wat meer context gegeven door de plek van de geboorte te benoemen als een stal (maar geen spoor van een os of een ezel – die heeft de Heilige Franciscus van Assisi er bij zijn ‘uitvinding’ van de kerststal in 1223 aan toegevoegd…). In Matteüs worden het kind en zijn moeder Maria op aanwijzing van de ster die de koningen/wijzen uit het oosten volgen, gewoon thuis gevonden. En volgens Lucas zijn het de zingende engelen die de Blijde Boodschap verkondigen dat dit kind de Christus – de Messias – is maar volgens Matteüs zijn het de koningen/wijzen uit het oosten die bij het betreden van het huis en het zien van het kind en Maria op hun knieën neervallen, het kind hun hulde betuigen en de vorstelijke geschenken van goud, wierook en mirre aanbieden waarmee het bijzondere van dit kind aan het licht komt.

Is dit nu een aanzet om te gaan aarzelen en de misschien wat bange vraag te stellen wie van deze twee – Lucas of Matteüs – de ‘juiste versie’ van de geboorte van Jezus heeft opgeschreven? Ik denk dat deze bange vraag niet terecht is omdat het de bijbelse schrijvers niet te doen is om een relaas van feiten zo precies als mogelijk is op te schrijven – geschiedenis dus. Om een term uit mijn jeugd te gebruiken: de bijbelse schrijvers beoefenen “gewijde geschiedenis” – hun teksten zijn een getuigenis van hun geloof en vertrouwen dat wat zij proberen door te geven zinvol is. Ja: dat het hier gaat om uiteindelijke zin en heilsbetekenis die bijvoorbeeld Lucas samenvat met ‘op aarde vrede onder de mensen, want met deze Messias openbaart God welbehagen in mensen’. Op welke manier zij dit onder woorden proberen te brengen hangt mede af van hun eigen achtergrond, situatie en de mensen die zij als toehoorder of lezer van hun teksten voor ogen hebben. Matteüs schreef voor de joden-christenen van zijn tijd en begint zijn evangelie met een geslachtslijst van Jezus en gaat dan meteen verder met de zwangerschap van Maria, dan een halve regel “zij (Maria) bracht een zoon ter wereld en hij (Jozef) noemde Hem Jezus” over de geboorte en vervolgens de belevenissen van de wijzen/koningen uit het Oosten. Lucas schreef voor heiden-christenen en geeft veel meer achtergrond over bijvoorbeeld Johannes die later de Doper is, de engel Gabriël en Maria, de geboorte van Jezus en diens opdracht in de tempel, enz. – en pas op het einde van hoofdstuk drie staat de geslachtslijst van Jezus maar in de omgekeerde volgorde. Matteüs begint met “Jezus Christus, zoon van David” … en eindigt met “Jozef de man van Maria en uit haar werd geboren Jezus, die Christus wordt genoemd”. Lucas begint met “Jezus was, in de opvatting der mensen, de zoon van Jozef “… en eindigt met “de zoon van Adam, de zoon van God”.

Met deze achtergrond kunnen we ook het verband zien tussen het evangelie van vandaag en de eerste lezing uit de profeet Jesaja. Het is opnieuw zoals wel vaker een visioen over de situatie na de ballingschap en de grote glorie van Jahwe met de belofte van welzijn en erkenning: “Volkeren komen naar uw licht, koningen naar de glans van uw dageraad” en het aanbieden van kostbaarheden: “De rijkdom der volken komt naar u toe – men komt met goud en wierook beladen”. Zeker dit laatste zou een echo kunnen krijgen in de geschenken die de wijzen/koningen aanbieden bij hun vreugdevolle bezoek aan het kind in Bethlehem.

Maar nog een nota om te besluiten: de geschenken zijn geen kwestie van boekhouding (‘hoeveel goud, wierook en mirre…?’) maar uitdrukking van het geloof dat voor hen die het licht volgen erop mogen vertrouwen dat het hen leidt tot wie de verkondiger zal worden van het Rijk Gods. Amen.