Zondag 19 april 2026
derde paaszondag A
Eerste lezing:
Handelingen 2, 14.22-28
Evangelielezing:
Lucas 24, 13-35
Het evangelie van de Emmaüsgangers leert ons hoe de verrezen Jezus mensen tegemoetkomt precies op het moment dat zij teleurgesteld, uitgeput of ontgoocheld zijn. Hij dwingt zich niet op, maar vraagt aan de twee wandelaars wat hen bezighoud. Hij luistert en sluit aan bij hun gesprek, hun verdriet en hun vragen.
Want het op-weg-zijn naar Emmaus was een weg van teleurstelling. De twee leerlingen verlaten Jeruzalem. De plaats waar ze door de komst van Jezus vreugde en liefde hoopten te vinden, keren zij nu de rug toe. Hun verwachtingen zijn stukgevallen. Hun geloof is wankel. Hun toekomst lijkt leeg.
We kunnen dit herkennen, als we kijken naar wat er allemaal gebeurt, dichtbij en veraf. De wereldvrede lijkt verder weg dag ooit. Ook in ons eigen leven kunnen we het gemoed van de Emmaüsgangers herkennen: weggaan van wat pijn doet, afstand nemen van wat niet gelukt is, proberen te vergeten. Soms lijkt het alsof God zwijgt, alsof het verhaal van ons leven vastloopt. Maar juist op die weg komt Jezus naderbij. Niet als een bliksemschicht, maar als een onbekende die vraagt: “Waarover lopen jullie te praten?” Hij begint niet met antwoorden, maar met luisteren. Dat is vaak de manier waarop God ons raakt: door iemand die luistert, door een woord dat ons raakt, door een aanwezigheid die ons niet veroordeelt.
Wanneer Jezus de Schriften uitlegt, gebeurt er iets in hen: “Brandde ons hart niet?” Dat brandende hart is geen emotionele opwelling, maar het moment waarop alles weer in verband komt: Hun pijn krijgt betekenis. Hun hoop wordt opnieuw gewekt. Hun geloof wordt niet opgelegd, maar ontvlamt van binnenuit.
Die momenten kunnen we ook beleven in ons eigen leven: een inzicht, een woord, een gebed, een ontmoeting die ons innerlijk verwarmt. Hierin mogen we Gods liefde voor ieder mens herkennen.
De leerlingen herkennen Jezus niet tijdens de uitleg op hun tocht, maar wel thuis, waar ze Hem gastvrij uitnodigen. ‘Aan tafel’ herkennen ze Hem, in een eenvoudig gebaar: het breken van het brood. Daar wordt het hen duidelijk: Jezus is de Gastheer, Hij geeft zichzelf en Hij opent hun ogen. Het is een diepe paasboodschap voor ál zijn leerlingen, ook voor ons: Christus laat zich herkennen in de Eucharistie of in de communiedienst, maar ook in élke daad van delen, van gastvrijheid, van aandacht en zorg voor elkaar. Waar brood gedeeld wordt, waar mensen elkaar ruimte geven, daar wordt de Verrezene zichtbaar.
Na de herkenning keren de leerlingen onmiddellijk terug. De weg die eerst zwaar was, wordt licht. De nacht schrikt hen niet meer af. Ze worden getuigen, dragers van vreugde.
Pasen verandert niet altijd onze omstandigheden. De weg naar of van Emmaüs blijft dezelfde. Maar Pasen verandert ons. Het maakt van teleurgestelde mensen getuigen van hoop.
Het verhaal van Emmaüs is het verhaal van elke gelovige: *We lopen soms weg van onze hoop. *Christus komt naast ons, vaak onopgemerkt. *Hij opent ons hart en onze ogen. *Hij stuurt ons terug als mensen van licht.
Het verhaal laat zien hoe we vandaag de levende Heer Jezus kunnen ontmoeten in ons leven van elke dag. In de vrede die in ons groeit wanneer we meegaan op Zijn weg van liefde en vrede. In de vreugde wanneer we in deze viering samenkomen en Hem ontmoeten in zijn woorden en daden, en bij het breken en delen van het Brood. Laten we dus vol vreugde vieren dat Hij altijd onder ons aanwezig is, als we naar Hem opzien met ogen van liefde en geloof. Amen.
Charel Verhoeven.
