Zondag 11 januari 2026 – Doopsel van Jezus in de Jordaan A
Eerste lezing: Jesaja 42, 1-4.6-7
Evangelielezing Mattheüs 3, 13-17
Er zijn kinderen en volwassenen op de wereld die geen naam hebben. Die bij hun geboorte niet zijn geregistreerd, nergens zijn opgeschreven. Deze mensen bestaan dus eigenlijk niet officieel. En toch wonen zij ook op onze aarde. Wij, aan deze kant van de wereld, hebben wél allemaal onze eigen naam en voornaam. En misschien hebben we ook wel een tweede naam, een bijnaam of een troetelnaam.
Bij een geboorte kiezen ouders heel zorgvuldig een voornaam voor hun kind. Bij het doopsel wordt de dopeling uitdrukkelijk bij naam genoemd.
Zo heeft elke christen mens een bijzondere plaats bij God. Tijdens ons leven, maar ook na onze dood, mogen we ons geborgen weten bij ons aller Vader. Maria en Jozef gaven aan hun kind de naam Jezus, ingegeven door de engel die de geboorte van het kind aan hen had aangekondigd.
De voorbije weken, vanaf kerstavond tot vorige zondag met het feest van Driekoningen, hebben de eerste levensweken van Jezus leren kennen. Vandaag maken we een sprong in de tijd. Intussen groeide Jezus op in een rustig dorp, Nazareth. Hij leert de timmermansstiel van zijn vader.
Hij heeft een neef, Johannes, een man die heel kritisch in het leven staat. Hij was vervuld van de gedachte dat God het beste voorheeft met ieder mens en dat de mensen het beste moeten voorhebben met elkaar. Er gebeurde ook toen dingen tussen mensen die niet goed te praten waren. Het kan ook anders, vertelde hij de mensen en wijst hen op een andere weg. Zo doopt hij vele mensen in de Jordaan. Mensen die hoopten dat er een nieuwe tijd zou komen.
Jezus hoort over zijn neef Johannes en gaat op zoek naar hem. Als Hij ziet dat Johannes mensen doopt, wil ook Hij zich laten dopen. Jezus wil mee stappen in het verhaal en aan iets nieuws beginnen. Maar Johannes weigert Jezus te dopen. Hij beseft dat hij mensen de weg wijst die Jezus ten volle wil gaan. “Ik heb úw doopsel nodig, en Gij komt tot mij?” zegt Johannes tegen Hem. Jezus houdt vol. Hij wil van bij het begin van zijn openbaar leven tussen de mensen staan. Hij gaat mee in de rij staan om door Johannes gedoopt te worden. Mee in de rij van mensen die willen meewerken aan iets nieuws. Onmiddellijk na het doop van Jezus gaat de hemel open. Een nieuwe Geest daalt neer over Jezus in de gedaante van een duif. Uit de hemel klonk: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb.”
Jezus krijgt door Zijn doopsel een tweede naam, een bijnaam. Hij had al zijn naam gekregen bij Zijn geboorte. Met deze naam had hij als kind geravot, heeft Hij een beroep geleerd en is Hij volwassen geworden. Nu begint een nieuwe levensfase, begint Zijn zending met de naam: Mijn welgeliefde.
Ook bij ons krijgen mensen dikwijls een nieuwe naam bij een nieuwe levensfase. Het was en is nog steeds de gewoonde bij de intrede van religieuzen mannen en vrouwen in een kloostergemeenschap. Twee mensen die van elkaar beginnen houden geven elkaar vaak een tweede naam, een troetelnaam. Ouders met kinderen spreken elkaar vaak aan als mama en papa. Zij worden ook ouders, van een kind. Hiermee begint een nieuw deel in hun leven. En als je kinderen zelf kinderen krijgen wordt je grootouder, oma en opa of moeke en vokke. De nieuwe naam is telkens een bevestiging van een nieuw levensproject.
Jezus begint aan zijn openbaar leven met Zijn nieuwe naam, als welgeliefde. Met Gods goede Geest, ging hij al weldoende rond. In het evangelie van de komende zondagen zullen we weer leren dat Jezus veel mensen met problemen tegenkomt. Zieke mensen, melaatsen, blinden, lammen; mensen gestraft door anderen, mensen bezeten door duivelse machten. Allemaal mensen die uitkijken naar een nieuw begin. Gekwetste en gebroken mensen krijgen terug een naam, krijgen terug leven van Jezus. Want Hij zal geen geknakt riet breken, geen kwijnende vlaspit doven. Zo hoorden we bij Jesaja in het lied van de Dienaar van Jahweh God.
En Jezus zal ook leerlingen aanduiden. Mensen die gegrepen worden door Zijn boodschap. Mensen die óók iets nieuws willen en die daaraan willen meewerken. Zij kiezen voor de weg van Jezus.
Beste mensen, allemaal zijn wij gedoopt. Zoals miljoenen anderen over de hele wereld.
Wij worden vandaag, door ons doopsel, opgeroepen om de weg van Jezus te blijven gaan hier en waar we kunnen, levengevend te zijn voor andere mensen. Zodat mensen aan de rand, mensen die afgezonderd zijn, mensen die het moeilijk hebben, niet worden vergeten. Dat deze mensen niet naamloos worden, maar dat wij hun naam durven noemen.
Want geen enkel mens verdient het om het gevoel te hebben dat hij niemand is.
Wij moeten, zoals Jezus deed, ieder die dat nodig heeft terug een naam geven. Amen.
Charel Verhoeven
