Zondag 12 juli 2026
vijftiende zondag door het jaar
Eerste lezing: Jesaja 55, 10-11
Evangelielezing: Mattheus 13, 1-23
Gods Woord
Na de liturgische lezingen horen we de lector of de voorganger zeggen: “Het woord van de Heer”, waarop wij antwoorden: “we danken God.” De lector zegt dit om formeel aan te kondigen dat de zojuist voorgelezen tekst door God is geïnspireerd. De Bijbellezing is Gods woord en zoals we in de eerste lezing van vandaag hebben gehoord, wil God niet dat zijn Woord ledig terugkeert zonder te slagen in hetgeen waarvoor het is gezonden.
De bovenstaande uitspraak uit de eerste lezing laat ons inzien dat Gods Woord een boodschapper is, of, zo je wilt, een boodschap die de predikant ook probeert te verduidelijken in zijn preek. Sommige mensen laten zich echter afleiden door zaken als hun omgeving of de grammatica van de predikant. Het is belangrijk om je te concentreren op de kernboodschap die de Bijbellezingen in verband brengt met ons dagelijks leven. Zoek naar wat je inspireert om spiritueel te groeien en let erop hoe de boodschap je uitnodigt om God in de komende week te ontmoeten.
Luisteren is niet genoeg wanneer we Gods Woord horen. Het is belangrijk om ons in te spannen om het te begrijpen en vervolgens de lessen daaruit toe te passen in ons leven. Dat is wat Jezus probeerde over te brengen met de gelijkenis in het evangelie van vandaag. Terwijl de zaaier uitging om te zaaien, viel een deel van het zaad langs de weg, een deel op rotsachtige grond, een deel tussen de doornen en een deel op goede grond.
Degenen die het zaad langs de weg ontvingen, zijn degenen die het Woord van God horen maar het niet begrijpen. Degenen die het zaad op rotsachtige grond ontvingen, zijn degenen die Gods Woord met vreugde ontvangen. Maar omdat het geen wortel in hen heeft, kunnen zij niet standhouden wanneer verdrukking en vervolging komen. Degenen die het zaad tussen de doornen ontvingen, zijn degenen die toestaan dat de bedrieglijkheid van rijkdom Gods Woord verstikt nadat zij het hebben gehoord, waardoor het vruchteloos blijft. Degene die het zaad op goede grond ontving, is degene die het Woord van God hoort, het begrijpt en het vervolgens toepast in zijn of haar leven.
Jezus is de zaaier. Hij is degene die zaad in het hart van de mensen zaait. Maar ook wij nemen die rol van zaaiers op ons wanneer Jezus door ons spreekt. Sommigen vragen zich misschien af wie vandaag de dag de zaaiers in onze kerk zijn, want we hebben onlangs bijvoorbeeld in een nummer van Otheo gelezen dat in de katholieke kerk alleen gewijde geestelijken, zoals priesters en diakens, tijdens eucharistievieringen mogen preken. Dergelijke antwoorden worden gegeven omdat ze al eeuwenlang zo zijn vastgelegd. In principe hoort elke christen te prediken, want door onze doop worden we profeten. Daarnaast kan een bisschop om bepaalde pastorale redenen beslissingen nemen die kunnen bijdragen aan de verspreiding van Gods Woord in zijn bisdom.
Tot slot schrijft bisschop Bonny het volgende in zijn boek Herbeginnen bij Jezus Christus op pagina’s 131 – 132: “Elke homilie daagt mij uit om na te denken over de persoon en de boodschap van Jezus Christus. Wie was hij toen en wie is hij nu? Met wie is hij in gesprek of bij wie is hij op bezoek? Wat doet hij met zijn leerlingen en met zijn vrienden? Hoe gaat hij om met onbegrip en tegenstand? Hoe spreekt hij over God, die hij zijn Vader noemt? Welke tegendraadse boodschap heeft hij voor onze samenleving?” Deze woorden van de bisschop zouden ons moeten helpen telkens wanneer we een passage uit de Bijbel lezen of aan anderen uitleggen. We moeten ons afvragen of we ten minste één ding hebben geleerd.
Moses Oguche, CSSp
