Preek van de week

Vandaag horen we Jeremia. Hij is geen onbevreesde held, maar een mens zoals wij. Hij spreekt uit wat hij ziet en dan begint het gefluister. Zelfs zijn vrienden loeren op een misstap. Ze wachten tot hij struikelt.

Dat herkennen we misschien? In een team, op het werk, soms zelfs in onze eigen kring. Je zegt iets eerlijks, je wijst op wat niet klopt, en plots verandert de sfeer. Mensen praten achter je rug. Woorden worden verdraaid. Het doet pijn. Jeremia voelt dat en toch zegt hij: ‘De Heer staat mij terzijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep.’ Hij raakt zichzelf niet kwijt. Dat is zijn kracht.

Jezus is vandaag ook opvallend helder in het evangelie, rechttoe rechtaan: ‘Wees niet bang.’ Niet één keer, maar drie keer. ‘Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden.’ Jezus weet dat angst menselijk is, maar ze mag niet het laatste woord hebben. Laat angst niet bepalen wat je zegt of verzwijgt.

Hij gebruikt een eenvoudig beeld: mussen op het dak. Twee voor een cent, niets bijzonders in de ogen van de wereld. En toch: ‘Er valt er niet één dood neer buiten jullie Vader om.’ Zelfs in je kleinste, onopvallendste moment ben je dus gezien. Dat is geen goedkope troost, maar een belofte: God ziet wat klein lijkt, wat over het hoofd wordt gezien. En hij vraagt ons: zie jij het ook?

En Paulus vult aan: ‘De genade reikt verder dan de overtreding’. Onrecht dient zich vaak vanzelf aan. Het groeit als onkruid: één leugentje, één half woord, één stilte, en het verspreidt zich. Met genade is het anders. Daar moet je voor kiezen. Ze breekt door waar het misloopt, waar mensen falen, waar systemen haperen. Genade is niet zwijgen om de lieve vrede, maar durven zeggen: dit klopt niet, en laten we samen een andere weg zoeken.

Als God zelfs de mussen ziet, en als genade verder reikt dan onze fouten, dan heeft dat gevolgen voor hoe we met elkaar omgaan. En dat brengt ons bij leiderschap. Want verantwoordelijkheid dragen we allemaal: thuis, op het werk, in de Kerk. Leiderschap zit niet alleen bij wie bovenaan staat, maar in hoe we met anderen omgaan en in hoe we reageren als het spannend wordt. Er is leiderschap dat zichzelf beschermt: dat zwijgt als er iets wringt omdat confrontatie moeilijk is; dat controleert omdat loslaten riskant lijkt. Zo’n houding maakt mensen klein, stil en alleen.

Maar er is ook ander leiderschap. Dat begint met luisteren. Met opmerken wie stiller wordt in een vergadering of aan tafel. Met vragen stellen in plaats van antwoorden op te leggen. Denk aan die collega die ineens minder zegt, of aan dat familielid dat zich terugtrekt. Goed leiderschap merkt dat op en durft het ook voorzichtig te benoemen, zonder aan te vallen. Dat is geen zwakte. Dat is kracht.

Jezus zegt het zo: ‘Iedereen die Mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel.’ Dat is geen test op mooie woorden. Het gaat om trouw blijven aan wat je diep vanbinnen weet: hier is zorg nodig, hier is waarheid nodig, en ik kijk niet weg.

Ook in leiderschap is bekering nodig, of noem het een ommekeer, een andere kijk. Van praten óver mensen naar spreken mét mensen. Van zelfbescherming naar zorg voor wie dreigt te vallen. Van macht die zichzelf beschermt naar menselijkheid die anderen optilt. Dat vraagt moed. Maar het is evangelie in de praktijk.

Stel je voor dat we dat allemaal proberen. Thuis het gesprek aangaan in plaats van te zwijgen. Op het werk een fout benoemen in plaats van ze te verbergen. In onze gemeenschap grenzen stellen uit zorg, niet uit angst. Dan verandert er iets. Dan wordt de Kerk geen plek van gefluister, maar van openheid en echte ontmoeting.

Wees niet bang. Niet omdat de wereld veilig is (dat is ze helaas niet), maar omdat je gedragen wordt. Omdat de waarheid je vasthoudt. Omdat God de mussen ziet, en dus ook jou.

Moge het zo zijn.

Bert Van der Wee