Preek van de week

Elk jaar opnieuw rond Allerheiligen denk ik spontaan terug aan mijn kinderjaren.   Ik zat in de lagere school in Beerse, waar mijn vader onderwijzer was in het derde leerjaar.  Op een gegeven moment vroeg hij aan zijn leerlingen om een opstel te maken met als titel: ‘wat ik later worden wil’.  En één van de grootste deugnieten van zijn klas schreef: ‘Ik zou later een heilige willen worden’.  Dit klonk heel eigenaardig in de oren van mijn vader en de andere leerlingen, maar wellicht ook nu nog in onze oren, het is zelfs een beetje lachwekkend.  Want geef toe,  normaal denkt een mens er niet aan om ooit een heilige te worden.  We hebben immers de heiligen vaak zo bovenmenselijk voorgesteld; heiligen waren bijna wezens van een andere planeet, die je praktisch niet kon navolgen.  Het heiligheidsideaal was slechts gereserveerd voor enkelen, zelf hoorde je daar zeker niet bij.  Verder hebben we van de heiligen beelden gemaakt, die hoog tegen de pilaren van de kerken en kathedralen staan, zodat we vaak moeite hebben om echt naar hen op te kijken.                                                                    

Ja, lieve mensen, de heiligen zoals wij ze ons altijd hebben voorgesteld, zijn de dag van vandaag, zeker voor de meeste jongeren, minder aantrekkelijk als vroeger.  En toch vieren wij ieder jaar opnieuw in de Kerk het feest van Allerheiligen.  Samen met jullie wil ik op zoek gaan naar wat dit feest ook vandaag nog voor ieder van ons kan betekenen.

Wanneer we uit het woord ‘Allerheiligen’ de letter ‘r’ weglaten, dan krijgen we ‘alle heiligen’.  Inderdaad, Allerheiligen is het feest waarbij we ons verbonden weten met alle heiligen.  Maar wie zijn die heiligen?  Velen zullen hierop spontaan antwoorden: ‘Dat is toch duidelijk, dat zijn de mensen die door de Kerk heilig verklaard zijn en die in de kerk of elders hun beeld hebben gekregen.  Welnu, dit antwoord is inderdaad juist, maar het is niet volledig.  Heiligen zijn heel zeker ook die mensen, die Jezus vernoemt in de zaligsprekingen die we vandaag in het evangelie hebben gelezen: de armen, de verdrietige mensen, mensen met een groot hart, mensen met honger en dorst, mensen die leven onder druk van oorlog en onrecht, mensen die opkomen voor vrede en gerechtigheid in de wereld, mensen die vervolgd worden, mensen die niet of weinig gewaardeerd worden…  Al deze mensen worden door Jezus zelf ‘zalig’ genoemd.                                                                                                   

Heiligen zijn die mensen, die ontelbare menigte, die weldoende is rondgegaan, mensen die op hun manier hebben meegewerkt aan Gods Rijk van liefde, vrede en gerechtigheid hier op aarde.  En wellicht kennen wij allemaal mensen van wie we zeggen: ‘Als die niet in de hemel is, dan weet ik het niet meer.’  Ik denk maar aan verpleeg- en zorgkundigen, die altijd even geduldig de wonden van zieken verzorgen, ik denk aan moeders (en ook vaders!) die de tranen drogen van hun kleine kinderen en geduldig luisteren naar de zorgen van hun grotere kinderen, ik denk aan al die mensen, die ondanks hun drukke bezigheden, toch klaar staan om zich in te zetten voor het welzijn van andere mensen in hun buurt, wijk, het arbeidsmidden, of waar dan ook.   Al deze mensen zijn op één of andere manier heilig: want ze brengen inderdaad ‘heil’ in deze wereld.  Ook in onze geloofsgemeenschappen mogen we heel wat ‘heiligen’ ontmoeten! 

Lieve mensen, Allerheiligen is eveneens het feest dat ons uitnodigt tot sterke verbondenheid met alle mensen die gestorven zijn en die we goed hebben gekend: we denken deze dagen vooral aan onze partner, onze ouders of grootouders, broer of zus, aan onze kinderen, familieleden of vrienden, die gestorven zijn.  Ja, wij mensen willen op één of andere manier de herinnering aan onze overledenen levendig houden.  Deze dagen zagen we mensen bezig op het kerkhof met de graven proper te maken en te versieren; er zijn mensen die regelmatig bidden voor hun overleden familieleden of vrienden; vele mensen dragen een foto in hun portefeuille of het gedachtenisprentje, ze hangen een foto aan de muur of plaatsen een foto op de kast met daarbij een bloem en een brandende kaars… het zijn allemaal dingen die we doen om onze dierbare overledenen een plaats te geven in ons leven, in onze herinnering, in ons hart.

Al onze dierbare overledenen zijn nu aan de overkant van ons bestaan.  Maar, zo schreef jaren geleden een jonge vriend van mij enkele weken voor zijn dood: ‘Sterven is zwemmen naar de overkant en weten dat er Iemand is die op je wacht.’  Inderdaad, lieve mensen, wij mogen geloven dat de namen van hen die gestorven zijn en die op de graven en de muur bij de urne of strooiweide, maar ook in ons hart geschreven staan… dat die namen ook gegrift staan in de palm van Gods hand en dat Hij alle mensen, levenden én doden, in zijn goede handen draagt.  Onze God wil niet liever dan dat mensen leven en wel ten volle.  Hij verlangt ernaar om gemeenschap te vormen met alle mensen, over de dood heen.  Dat is de boodschap van dit Allerheiligenfeest.  Het is in die zin dat we mekaar  van harte ‘een zalige hoogdag’ wensen.

Peter Dierckx