Zondag 8 november 2026
32ste zondag door het jaar A
Eerste lezing:
Wijsheid 6,12-16
Tweede lezing:
1 Tessalonicenzen 4,13-18
Evangelielezing:
Mattheus 25,1-13
Lieve mensen,
Vandaag horen we een evangelie dat op het eerste gehoor – bij mij dan toch – een beetje ‘onchristelijk’ klinkt. En misschien niet enkel bij mij. Ik hoor de laatste jaren vaak van mensen dat ze niet ‘praktiserend gelovig’ zijn, maar ‘de christelijke waarden’ wel erg aanhangen, en deze ook willen doorgeven aan hun kinderen. Het is tegenwoordig ook vaak een argument van ouders die hun kind laten dopen, of zijn of haar eerste communie laten doen. Als je dan doorvraagt over welke waarden ze het hebben, komen vele mensen steeds terug op delen, en zorg dragen voor anderen. Ten eerste vind ik dat behoorlijk beledigend voor alle niet-christelijke religies en ideologieën. Er is helemaal niets exclusief christelijks aan delen en zorgen voor elkaar. Ten tweede is dat ook een ongelooflijke verenging en – als ik dat mag zeggen – ‘verkleutering’ van ons geloof: alsof christen zijn enkel betekent dat je deelt wat je hebt, en zorgt voor je medemens.
In het evangelie van vandaag vertelt Jezus een parabel. Parabels zijn eigenlijk altijd ongemakkelijk – als ze dat niet zijn, dan hebben we hun interpretatie vaak ‘verzacht’ om ons dagelijks leven niet te veel uit balans te brengen. Parabels dienen om ons uit te dagen, om het leven van alledag op zijn kop te zetten. Dat lijkt deze parabel bijzonder goed te doen met de ‘waarden-interpretatie’ van het christendom van vandaag.
De vijf verstandige meisjes willen immers hun olie niet delen. ‘Er is dan misschien niet genoeg voor ons’, zeggen ze. Het is ieder voor zich in deze parabel. Bovendien is de Bruidegom wel erg streng op het einde. De vijf dwaze meisjes komen te laat, de deur gaat onherroepelijk dicht. ‘Ik ken jullie niet’, zegt Jezus. Dat klinkt nogal bot. God oordeelt wél in deze parabel, en streng ook. Die ‘christelijke waarden’ waar mensen vandaag graag naar verwijzen lijken hier ver weg. Dit is een beeld van het christendom dat vandaag niet erg populair is, ik voel me al een beetje een donderprediker wanneer ik dit schrijf. Bovendien – vraag ik me spontaan af – wat hebben die dwaze meisjes verkeerd gedaan? Ze vergaten iets, dat overkomt ons allemaal wel eens. Moeten ze nu echt zo streng gestraft worden voor deze kleine vergetelheid? Ze gaan trouwens hun vergissing toch snel rechtzetten? Ze haasten zich om olie te gaan kopen. En toch komen ze het feest niet in.
Wanneer ik de parabel enkele keren herlas, werd mijn aandacht getrokken door de beschrijving dat wanneer de Bruidegom komt, de meisjes ‘die klaarstonden’ met Hem meegingen. De verstandige of wijze meisjes ‘stonden dus klaar’. Deze meisjes zijn niet verstandig of wijs in de betekenis van een hoog IQ, of veel kennis. Het gaat erom klaar te staan, ‘waakzaam te zijn’. Het gaat hier om een levenshouding – dus niet om één moment. De ‘domme’ meisjes zijn in die zin niet ‘deze keer’ per ongeluk hun olie vergeten, en worden niet ontzettend hard afgerekend op één kleine vergetelheid, maar op een levenshouding, een gebrek aan waakzaamheid. Je weet immers nooit hoe en waar je de Heer tegenkomt.
Wanneer we terugkijken naar de eerste lezing van vandaag, komt dit begrip van wijsheid ook naar voren. Het is niet moeilijk om wijsheid te vinden, zo zegt de lezing, als je haar liefhebt, als je naar haar verlangt. Zoals zo vaak in het christendom gaat de Liefde aan alles vooraf. De wijsheid liefhebben is het eerste wat men moet doen, en dan zal men wijs worden. Jezus vraagt van ons dus een liefhebbende levenshouding, een zoekende levenshouding, gericht op waarheid, wijsheid, gericht op onze Bruidegom. Dat doe je niet op één moment, maar een heel leven lang, zoekend, tastend, maar vooral: verlangend om haar te vinden. Dan ben je voorbereid, voorzienend, dan ‘sta je klaar’. Maar de domme meisjes, die op dat ene moment in de nacht wanneer de Bruidegom eraan komt pas beseffen dat ze olie nodig hebben, hebben deze levenshouding niet ontwikkeld. Ze staan niet klaar. De wijze meisjes wel, die zijn voorbereid op een lange tocht, een lang wachten en zoeken.
Een korte zoektocht op internet leerde mij tot slot dat ik niet de enige ben die zich de vraag stelde waarom de wijze meisjes hun olie niet delen. Maar als het gaat om een levenshouding, om een verlangen naar wijsheid, een liefde voor God te cultiveren, dan kunnen wij niet terugvallen op anderen. Daarvoor is ieder voor zich verantwoordelijk, lees ik bij verschillende bronnen. Niemand kan klaarstaan in de plaats van een ander. Het enige verschil tussen de domme en de wijze meisjes is dat de domme geen olie bij hebben. Augustinus stelde blijkbaar al dat deze olie de liefde symboliseert. En liefhebben, dat kan niemand in jouw plaats. Op dat vlak is het echt ‘ieder voor zich’. Zonder liefde zegt de Heer inderdaad: ‘Ik ken je niet.’ Omdat wij zonder liefde Hem ook niet kunnen kennen.
Dorina Pagliaro
