Zondag 26 juli 2026
17de zondag door het jaar A
Eerste lezing: 1 Koningen 3, 5.7-12
Evangelielezing: Mattheus 13, 44-52
In het evangelie van vandaag vertelt Jezus ons drie korte gelijkenissen. Een schat verborgen in een akker. Een kostbare parel. Een net dat vissen van allerlei soort bijeenbrengt. Op het eerste zicht lijken deze beelden eenvoudig. Maar in werkelijkheid raken zij de kern van ons geloof. Want de vraag die vandaag voor ons klinkt is: Wat is voor ons werkelijk waardevol? Wat beschouwen wij als onze grootste rijkdom? Waarin investeren wij onze tijd, onze energie, onze liefde? Deze vraag is vandaag misschien nog dringender dan ooit. Wij leven in een wereld die ons voortdurend probeert te verleiden met succes, status, uiterlijk, invloed, bezit, prestaties… Maar Jezus stelt daar een heel andere maatstaf tegenover: er bestaat een schat die alle andere schatten overstijgt. Het Koninkrijk van God. Een parel waarvan het de moeite waar is ALLES los te laten.
In de eerste lezing horen we dat God verschijnt aan de jonge koning Salomo en God geeft hem een buitengewone kans: ‘Vraagt wat gij wilt; Ik zal het u geven.’
Waw! … Wat zou jij vragen?!? Een lang leven? Gezondheid? Rijkdom? Vrede in de wereld?
Salomo vraagt iets verrassend: ‘een opmerkzaam hart om recht te spreken en het verschil te zien tussen goed en kwaad’. Wijsheid. Een hart dat luistert. Niet kennis. Niet slimheid. Niet intellectuele superioriteit. Maar de gave om Gods wil te verstaan.
Vandaag beschikken wij over meer informatie dan welke generatie ooit. Via onze smartphone en andere media hebben wij toegang tot een onuitputtelijke stroom van kennis en wetenschap. Maar informatie… is nog geen wijsheid. Men toegang hebben tot een briljant verstand of briljante informatie… maar tegelijk het wezenlijke in het leven missen. Wijsheid is de kunst om te onderscheiden wat werkelijk telt. Wijsheid is het vermogen om de werkelijkheid te bekijken met Gods ogen. Salomo begrijpt dat een leider eerst moet luisteren, naar God, naar de ander, naar het eigen geweten.
Vanuit die eerste lezing begrijpen we beter waarom Jezus drie gelijkenissen vertelt. Ze zeggen uiteindelijk alle drie hetzelfde. Jezus vertelt eerst over een schat die verborgen ligt in een akker. Een man ontdekt haar en verkoopt alles om die akker te kunnen kopen. Jezus zegt niet dat de man verdrietig was. In tegendeel! Hij doet het blijkbaar ‘in zijn blijdschap’. De man offert niet alles op uit dwang of uit schuldgevoel. Hij moet er schijnbaar ook niet lang over tobben en dubben. Nee! Hij heeft iets gevonden dat zoveel mooier en kostbaarder is, dat al het andere vanzelf relatief wordt. Christen zijn begint niet met een verplichting. Het begint met een ontdekking, een ontmoeting. Men zou kunnen denken dat geloof vooral gaat over wat met moet opgeven. Maar Jezus draait het om: wie Gods liefde heeft ervaren, ontdekt niet wat hij verliest, maar wat hij wint! Een gelovige volgt Jezus omdat hij iets gevonden heeft dat groter is dan alles wat hij achterlaat. De vele heiligen zijn daar levende getuigen van. Franciscus van Assisi en Ignatius van Loyola lieten hun rijkdom achter. Moeder Theresa en pater Damiaan lieten hun comfort en veiligheid achter. Millennialheilige Carlo Acutis gaf zijn zakgeld aan armen en hielp daklozen. Maar die heiligen spraken niet over verlies, maar over vreugde. Omdat zij een schat hadden gevonden.
De tweede gelijkenis lijkt op de eerste, maar bevat een belangrijk verschil. De eerste man vond de schat onverwacht. De koopman zoekt actief naar parels. Zo is het ook met de vele wegen waarop mensen tot God komen. Sommigen worden plots geraakt. Een gebeurtenis, een ontmoeting, een bedevaart, een crisis in het leven… God breekt onverwacht in hun leven binnen. Anderen zijn zoekers, die vragen stellen of worstelen of onderzoeken of twijfelen. Uiteindelijk ontdekken zij dezelfde parel.
Die parel heeft nog een diepere betekenis. In Jezus’ tijd waren parels kostbaarder dan goud. Ze ontstonden verborgen in de diepte van de zee. Niemand kon ze maken: je kon ze alleen vinden. Zo is het ook met het Rijk Gods. Dat is geen menselijke prestatie, maar genade. Wij ‘bouwen’ Gods Rijk niet. We ontdekken het, nadat God het initiatief nam. God was er al.
De laatste gelijkenis gaat over een sleepnet dat allerlei vissen bijeenbrengt. Dit net haalt àlle vissen binnen. Goede én slechte. Pas op het einde worden zij gescheiden. Dat is een belangrijke correctie. Wij zijn snel geneigd om te oordelen over mensen: goed of slecht. Geslaagd of mislukkeling. Gelovig of ongelovig. Maar Jezus zegt: laat dat oordeel aan God. Jezus leert ons geduld en nederigheid. De geloofsgemeenschap is geen verzameling volmaakte mensen. Zij is een net waarin allerlei mensen samen op weg zijn. Heiligen, zoekers, twijfelaars, zondaars, mensen die telkens opnieuw moeten beginnen… Dat geeft hoop. Want niemand van ons leeft zonder tekortkomingen. Maar tegelijk spreekt het ook van ernst. Onze keuzes in dit leven hebben betekenis, ons leven en hoe wij het leven doet ertoe. Gods barmhartigheid heft onze verantwoordelijkheid niet op!
De vraag van vandaag is eigenlijk eenvoudig: Waar ligt jouw schat? Waarover denk ik het meest? Waarvoor offer ik mij op? Waar gaat spontaan je hart naartoe? Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. Jezus zegt dat Gods Koninkrijk de grootste schat is. Wie Gods Koninkrijk ontdekt, ontvangt wijsheid, een nieuwe manier van kijken. Men leert onderscheiden tussen wat dringend is en… wat belangrijk is. Tussen wat tijdelijk is en wat eeuwig blijft. Tussen wat schittert en wat werkelijk licht geeft.
Mogen wij vandaag de genade en wijsheid ontvangen om te zien wat werkelijk waardevol is, wat essentieel is en niet bijkomstig. Mogen wij een hart ontvangen dat luistert en leert onderscheiden, een hart dat de verborgen schat herkent en de kostbare parel niet voorbijloopt. Mogen wij de moed hebben om de schat van Gods Koninkrijk boven alles te verkiezen. En mogen wij op het einde van ons leven ontdekken dat wij niets hebben verloren door Jezus te volgen, maar alles hebben gewonnen.
Sara Van Gucht
