Zondag 4 oktober 2026
27ste zondag door het jaar A
Eerste lezing: Filippenzen 4, 5-9
Evangelielezing: Mattheus 21, 33-43
Vandaag, 4 oktober, vieren we de feestdag van Sint-Franciscus van Assisi.
Een man die achthonderd jaar geleden leefde, maar die ons vandaag nog altijd iets heel wezenlijks kan leren over geluk, over mensen en over God. En het mooie is: Franciscus past eigenlijk verrassend goed bij de lezingen van vandaag. Want in het evangelie horen we: “De steen die de bouwlieden hadden afgekeurd, die is de hoeksteen geworden.”
Een vreemde gedachte. Bouwlieden zijn bezig met een gebouw. Ze zoeken stenen uit. Sommige stenen zijn mooi, stevig en passen precies. Andere stenen zijn wat scheef, beschadigd of moeilijk te gebruiken. Die worden aan de kant gelegd. Afgekeurd. Niet geschikt. Weg ermee.Jezus zegt: Juist die steen wordt de hoeksteen. De steen die niemand nodig leek te hebben, wordt uiteindelijk een steen waarop de rest van het gebouw steunt.
Jezus spreekt daarmee natuurlijk over zichzelf. Hij wordt afgewezen door de mensen die denken dat zij weten hoe het moet. Hij wordt buiten de stad gebracht en gedood. Afgekeurd. En toch wordt juist Hij, door God, de hoeksteen. Het kruis lijkt het einde, maar God maakt er een nieuw begin van en vertelt Jezus ons daarmee ook iets over hoe wij naar mensen kijken.
Want ook wij kunnen nogal snel stenen aan de kant leggen.
Iemand die niet helemaal in ons plaatje past. Iemand die moeilijk doet. Iemand die fouten heeft gemaakt. Iemand die een andere weg heeft gekozen. Iemand die minder kan dan vroeger. Of misschien iemand van wie we gewoon denken: “Daar komt toch niets meer van”.
Het evangelie zegt: “Wees voorzichtig met wat je afschrijft”.
Want God kijkt anders dan wij. Waar wij een afgekeurde steen zien, kan God een hoeksteen zien. Dat brengt ons bij Franciscus van Assisi, wiens feestdag we vandaag vieren.
Franciscus groeide op in een rijke familie. Als jonge man hield hij van mooie kleren, feesten, vrienden en aanzien. Hij droomde ervan om iets groots te bereiken. Maar langzaam veranderde zijn leven. Hij begon vooral oog te krijgen voor mensen die door anderen aan de kant werden geschoven. Er is een bekend verhaal over zijn ontmoeting met een melaatse.
Franciscus had eigenlijk een grote afkeer van melaatsen. Wanneer hij zo iemand zag, wilde hij liever weg, maar op een dag stapte hij van zijn paard, ging naar de melaatse toe en omhelsde hem. Voor Franciscus was dat een ommekeer. De mens voor wie hij eerst wilde vluchten, werd iemand in wie hij Christus begon te herkennen.
Wat eerst bitter was, werd zoet. Een afgekeurde mens werd voor hem geen probleem dat uit de weg moest worden geruimd, maar een mens die liefde en waardigheid verdiende.
Franciscus sprak ook over wat hij noemde “het ware geluk”. Hij vertelde aan broeder Leo over een situatie waarin ze naar een klooster zouden gaan, maar daar niet welkom zouden zijn. Ze zouden voor de deur staan. Niemand zou hen herkennen. Ze zouden worden weggestuurd in het midden van de nacht in de kou. Toch zegt Franciscus: daarin ligt het ware geluk.
Niet in succes. Niet in aanzien. Niet in het feit dat iedereen je bewondert. Niet in het feit dat iedereen je aardig vindt. Het ware geluk is dat je, ook wanneer je wordt afgewezen, je hart niet verliest en verbonden blijft met God.
Dat is een heel andere kijk op geluk. Wij denken gemakkelijk: ik ben gelukkig wanneer alles goed gaat. Wanneer mensen mij waarderen. Wanneer ik succes heb. Franciscus zegt: je diepste geluk hangt daar niet van af en daar komen Franciscus en het evangelie van vandaag samen.
De steen die wordt afgekeurd. De mens die wordt buitengesloten. De melaatse die niemand wil aanraken. Jezus die door mensen wordt verworpen.
Franciscus leert dat hij niet hoeft te leven van de erkenning van anderen.
Telkens opnieuw klinkt dezelfde boodschap: je waarde wordt niet bepaald door de plaats die mensen je geven. God kijkt anders. God kan juist met die afgekeurde steen bouwen, misschien is dat ook voor ons een belangrijke boodschap. Want bijna iedereen kent wel momenten waarop hij zich een beetje een afgekeurde steen heeft gevoeld.
Het evangelie zegt niet dat zulke ervaringen niet pijnlijk zijn.
Maar het zegt wel: laat de afwijzing van anderen niet bepalen wie jij bent.
De hoeksteen wordt niet bepaald door wat de bouwlieden ervan vonden.
Zijn waarde wordt zichtbaar doordat God ermee verder bouwt en misschien geldt dat ook voor onze kerkgemeenschappen. We hoeven niet alleen mensen te zoeken die perfect passen. Niet iedereen hoeft dezelfde mening te hebben. Niet iedereen hoeft op dezelfde manier te geloven. Niet iedereen hoeft dezelfde talenten te hebben. Een gemeenschap wordt misschien juist mooi wanneer verschillende stenen samen een huis vormen. De ene steen opvallend. De andere bijna onzichtbaar. De ene groot. De andere klein. Maar allemaal krijgen ze een plaats, misschien is dat wat Jezus van ons vraagt: niet voortdurend bepalen wie erbij hoort en wie niet, maar ruimte maken zodat God met ons allemaal kan bouwen.
Paulus zegt: “Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn.”
Misschien is dat wel een heel concrete manier om met dit evangelie te leven. Kijk niet alleen naar wat iemand fout doet. Kijk ook naar wat er nog mogelijk is. Geef iemand een tweede kans en misschien is dat genoeg.
Want God bouwt soms met stenen waar wij al lang geen toekomst meer in zagen. Amen.
Jasper Hermans
