Homilie 8 februari 2026
Vijfde zondag door het jaar A
Eerste lezing uit de profeet Jesaja 58:7-10
Evangelie volgens Matteüs 5:13-16
Zo op het eerste gehoor zou je kunnen denken dat de beide schriftlezingen van vandaag met elkaar verbonden zijn door hun referentie naar ‘licht’. Daar is zeker iets voor te zeggen maar er zijn ook enkele opmerkingen hierbij op hun plaats.
De lezing uit Jesaja komt uit het laatste gedeelte van dit boek. De klemtoon ligt hier op de vreugdevolle situatie van de gelovige joden na het einde van de Babylonische ballingschap, de terugkeer naar het eigen land en het herbouwen van de tempel. Maar er is tegelijk een ondertoon in het telkens weer naar voren halen van de risico’s om af te dwalen in zelfgenoegzaamheid en het vergeten dat rechtvaardigheid in de ogen van Jahwe het allerbelangrijkste is. We hoorden dat ook weer in de lezing: “… dan gaat uw gerechtigheid voor u uit”! Nu: wat zijn de voor-waarden die deze gerechtigheid mogelijk maken? Ook dat hoorden we luid en duidelijk: brood delen met de hongerige en de onderdrukte, arme zwervers opnemen, een naakte kleding geven, zorg voor de ander en geen valse aanklachten indienen. Dàn, zo spreekt de profeet namens Jahwe, dan komt uw gerechtigheid letterlijk aan het licht, dan gaat uw licht in de duisternis op. Het ‘licht’ van de dageraad en de heldere middag is er dus niet zomaar; het is het gevolg van de andere aanbieden en realiseren wat je voor jezelf verlangt… Eigenlijk is het een verwoording van de ‘gulden regel’: Behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden, of nog eenvoudiger: Bemin anderen en wordt hun naaste. En er is geen grote verbeeldingskracht nodig om de tekst van Jesaja te laten doorklinken in het zogenaamde laatste oordeel in het evangelie volgens Matteüs: voedsel en drank voor wie honger en dorst heeft, de vreemdeling opnemen, de naakten kleden en zorg dragen voor wie ziek of in de gevangenis is. Het gebrek daaraan klinkt onaardig actueel.
Het evangelie van vandaag is genomen uit de Bergrede volgens Matteüs. Het eerste deel daarvan is bekend onder het kopje ‘Zaligsprekingen’ en dat was de lezing van vorige week zondag. Volgende week komen de ‘Antithesen’ aan bod met als een soort refrein ‘Er is u gezegd … Maar Ik zeg u’. En vandaag, precies tussen deze twee geeft Matteüs ons de Jezus-woorden over het zout der aarde en het licht van de wereld. Het zijn drie verschillende genres: de zaligsprekingen gaan over hoe mensen nu zijn en wat hun toekomst wordt (bijvoorbeeld: Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden). De antithesen maken de tegenstelling tussen een uitspraak in het verleden en een Jezus-norm voor het heden (bijvoorbeeld: Gij hebt gehoord dat er gezegd is: Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten; maar Ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen).
De lezing van vandaag zijn ook Jezus-woorden maar ze hebben alleen betrekking op het heden en de directe gevolgen. Het zijn geen beloften of tegenstellingen maar affirmaties met de leerlingen als aangesproken subject: jullie zijn het zout der aarde; jullie zijn het licht van de wereld. En dan volgt er een vorm van uitleg: de leerlingen dienen smaak te geven maar als ze die smaak verliezen blijken ze niet meer te deugen en dus worden ze weggegooid en vertrappeld. En de leerlingen dienen dat licht niet voor zichzelf te houden maar het ook echt te laten rondstralen, net zo zichtbaar als een stad op een berg die niet verborgen kan blijven. En het beeld wordt doorgetrokken naar een lamp op de kandelaar die licht uitstraalt voor mensen in huis. Maar dat licht heeft nog een andere, dubbele functie: ten eerste laat het de goede werken van de leerlingen zien met als tweede gevolg dat hierdoor de Vader in de hemel verheerlijkt wordt.
Tenslotte biedt de lezing van vandaag ook nog een verder perspectief: het zout betrekt de leerlingen op de aarde en vervult daar de rol van smaakmaker en het licht betrekt de leerlingen maar verder ook alle mensen die het zien schijnen op de hemel. En zo zijn het licht van de eerste lezing en het licht van het evangelie elkaars echo. Amen.
Jan Jans
