Zondag 31 mei 2026
Feest Heilige Drie-eenheid, jaar A
Evangelielezing:
Johannes 3, 16 – 18
Vlak na Pinksteren viert de Kerk het feest van de Heilige Drie-eenheid.
Na alle grote gebeurtenissen die wij in de liturgie herdacht hebben, vanaf de geboorte van de Heer tot aan de gave van de Geest, blikken wij nu terug op Degene die dit alles in gang heeft gezet en het ook zal voltooien, God zelf. Maar wat kunnen wij, wat moeten wij nu nog over God zeggen, na alles wat we met Hem hebben meegemaakt?
Over Hem kunnen we nog zeggen dat Hij onzichtbaar en geestelijk is en dat Hij woont in een ontoegankelijk licht. Hij is ook alomtegenwoordig en eeuwig, volmaakt goed en rechtvaardig, vol van liefde en barmhartigheid. Hij overstijgt de wereld maar is tegelijk betrokken bij de wereld. En wellicht is er nog veel meer over Hem te zeggen…
Als we straks onze geloofsbelijdenis uitspreken, zullen we zeggen: ‘Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde.’
Ondanks het feit dat God zoveel groter is dan ons hart en ons verstand durven wij Hem toch ‘Schepper’ noemen en Hem aanspreken als ‘Vader’. Hiermee zeggen we dan zowel iets over Hem als over onszelf. Dat wij bestaan is immers geen toeval, het is God die aan de basis ligt van alles wat bestaat. Door Hem zijn ook wij tot leven geroepen omdat Hij van mensen houdt tot in hun diepste vezels. Het is misschien gewaagd om dit vandaag te beweren omdat er in deze wereld zoveel gebeurt dat helemaal niet wijst op Gods’ goedheid en liefde!
Maar we hebben nog niet alles gezegd over God. In het evangelie hoorden we ook: “Zoveel heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken…, niet om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden.”
Niettegenstaande er in de wereld veel gebeurt wat God niet heeft gewild, toch laat Hij zijn schepping niet aan haar lot over maar komt Hij er zelf in, in zijn mens- geworden- Zoon, om zèlf alles mee te maken wat een mens kan overkomen. Tot in de diepste absurditeit en verschrikking van dit ontwrichte bestaan daalt Hij af. En omdat er op deze aardbol zoveel kruisen staan, heeft hij er zèlf een gedragen. Zo zijn we nooit meer alleen.
Vandaag hadden wij Hem misschien liever de weg van zijn almacht zien gaan om de wereld te redden, en de wereld van kwaad en onrecht te bevrijden. We willen immers God zo graag verbinden met sterke tekenen en wondere daden. Maar Hij kiest voor de weg van de liefde en van het offer, tot en met het offer van zijn eigen leven.
En nu de Zoon dit alles heeft volbracht en in de heerlijkheid van de Vader is opgenomen, laat God ons niet verweesd achter, want God is niet ver weg boven de wolken, in een andere, transcendente wereld. Neen, Hij is bij ons, hier en nu, in de tekenen die doordrongen zijn van Hem, van zijn Geest.
Hij is bij ons straks in het brood en in de wijn; Hij is diep in het hart van mensen die tot Hem bidden “Onze Vader”; en in de gemeenschap van hen die in zijn Naam gedoopt zijn. De H. Geest is dan ook het mooiste geschenk van God aan de mens. Hij laat ons leven vanuit de gezindheid die in Jezus was, en laat zich vinden in alle sporen die de liefde in deze wereld trekt: in vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen en zachtmoedigheid. Dat zijn de vruchten van Gods ‘bij-ons-zijn’, van zijn Geest.
Om een beeld te krijgen van wie God is moeten we dus teruggrijpen naar de Bijbel. Daarin gaat het van het begin tot het eind over die éne God, die wij noemen: Vader, Zoon en de H. Geest. Betere woorden hebben wij niet…
Miet Daeleman
