
Zalig die met zichzelf kunnen lachen, ze zullen altijd voldoende amusement vinden.
Zalig die een berg van een molshoop kunnen onderscheiden,ze zullen van veel ergernis gespaard blijven.
Zalig die bekwaam zijn om te rusten en te slapen zonder dat zij zich daarvoor verontschuldigen, ze zullen wijs worden.
Zalig die zwijgen en kunnen luisteren, ze zullen daardoor veel bijleren.
Zalig die verstandig genoeg zijn om zichzelf niet te ernstig te nemen,ze zullen door hun edemensen gewaardeerd worden.
Zalig die aandacht hebben voor een wenk van anderenzonder dat ze van zichzelf denken dat ze onvervangbaar zijn, ze zullen vreugde zaaien.
Zalig die kunnen lachen en geen boos gezicht trekken,hun wegen zullen met zon overgoten zijn.
